De rondleiding is een ware tocht door het verleden: niet alleen omwille van de harde en barre omstandigheden, waar de IJslanders in moesten werken bij het verwerken van haringen tot olie, poeder, veevoeder, en meststof, maar ook de vervallen en verweerde muren en werktuigen zijn nog steeds de stille getuigen van het industriële productieproces tot de fjord leeg gevist werd en de haringproductie stilviel in 1957. Hotel Djupavík heeft de oude fabriek overgenomen en bepaalde ruimtes ervan worden nu gebruikt voor tentoonstellingen, concerten en toneelvoorstellingen.
Mexicaanse Mayamissies & IJslandverhalen van aspirant-Vikingen op zoek naar puffins, wollen sokken en een beetje avontuur
dinsdag 25 juni 2013
IJSLAND 2013 - dag 6: waar is dat zwembad aan de noordelijke IJszee?
Na een uitgebreid ontbijt in het gerestaureerde hotel Djupavik, waar vroeger in
de jaren '30 de vrouwen sliepen die als seizoenarbeidsters werden ingeschakeld,
krijgen wij een rondleiding in de oude, vervallen haringfabriek door de Duitse
Claus, die als fotograaf verliefd werd op IJsland, en op de westelijke fjorden
in het bijzonder. De haringfabriek was in 1935 de grootste betonnen fabriek in
IJsland en in Europa.
De rondleiding is een ware tocht door het verleden: niet alleen omwille van de harde en barre omstandigheden, waar de IJslanders in moesten werken bij het verwerken van haringen tot olie, poeder, veevoeder, en meststof, maar ook de vervallen en verweerde muren en werktuigen zijn nog steeds de stille getuigen van het industriële productieproces tot de fjord leeg gevist werd en de haringproductie stilviel in 1957. Hotel Djupavík heeft de oude fabriek overgenomen en bepaalde ruimtes ervan worden nu gebruikt voor tentoonstellingen, concerten en toneelvoorstellingen.
Wij verlaten Djupavik en rijden verder noordwaards naar
Nordurfjordur. De rit langs de fjord is wondermooi: de kobaltblauwe hemel
reflecteert in het turquoise water van de fjord tegen de besneeuwde bergtoppen.
En u raadt het nooit : onze chalet heeft zicht op de fjord! Wij zijn er stil bij
geworden om al deze pracht in ons op te nemen..De rest van de middag en avond
willen wij dan ook als echte IJslanders doorbrengen, en wij rijden zowaar naar
een swimmingpool met water van 37graden uit de warmwaterbronnen in Krosnes met
de noordlijke ijszee als decor. Wat een luxe, wat een zengevoel in deze
natuurlijke omgeving! Vanuit de zwemkom zien wij de vissersbootjes de haven
binnenvaren, en besluiten te gaan kijken hoe groot de visvangst zal zijn.
Gelukkig is er ondertussen de quota, en mag iedere boot tot 750kg kabeljauw
4xweek vangen. Met glanzende ogen kijken de vissen ons aan, om verder naar de
vroegmarkt in Reykjavik vervoerd te worden.
De zon is nog steeds van de partij en wij drinken onze aperitief
op ons natuurlijk terras aan onze chalet, waar wij helemaal de baai van de fjord
voor ons hebben. Wij zijn ondertussen gewend aan onze 24uren licht per dag. Wij
genieten er met volle teugen van, en toasten op de nationale feestdag van
IJsland. Cheers!
De rondleiding is een ware tocht door het verleden: niet alleen omwille van de harde en barre omstandigheden, waar de IJslanders in moesten werken bij het verwerken van haringen tot olie, poeder, veevoeder, en meststof, maar ook de vervallen en verweerde muren en werktuigen zijn nog steeds de stille getuigen van het industriële productieproces tot de fjord leeg gevist werd en de haringproductie stilviel in 1957. Hotel Djupavík heeft de oude fabriek overgenomen en bepaalde ruimtes ervan worden nu gebruikt voor tentoonstellingen, concerten en toneelvoorstellingen.
IJSLAND 2013 - dag 5: naar het einde van de wereld
Vanmorgen ontwaakten we
onder een bewolkte hemel, maar de ervaring van de laatste dagen leert ons dat
we daarover helemaal niet bezorgd moeten zijn, omdat in de loop van de dag de
hemel steeds weer opentrekt en dat we in de namiddag steevast het zonnetje
mogen begroeten. We duimen alvast.
Onderweg houden we nog even halt in Hólmavik, de laatste grote ‘stad’, waar we nog wat boodschappen doen en dan begint het echte werk. We rijden langsheen de Strandavegur, een kustweg die zich langsheen steile berghellingen, kleine fjorden en de woeste rotskusten van de Noordelijke IJszee naar het noorden slingert.
Het ontbijt werd in de
gemeenschappelijke keuken van onze bungalow gebruikt en nadat we onze bolide
alweer volgeladen hadden trokken we rond 10 uur de deur achter ons dicht. Na
een korte rit van amper een kilometer hielden we halt bij het uitkijkplatform
ter hoogte van Hvitserkur, een rotspartij die vòòr de kust op het strand staat
en lijkt op een draak of prehistorisch monster dat op het strand rustig aan het
drinken is. Vele vogels nestelen zich in deze vrijstaande wand en laten heel
wat uitwerpselen op de rotsen achter, die het gesteente een witte kleur geven,
vandaar de naam Hvitserkur of ‘wit hemd’.
We rijden verder het
schiereiland Vatsnes af in noordelijke richting. Na ongeveer 30 kilometer over
gravelweg te zijn gehobbeld komen we aan een uitkijkplaats voor zeehonden,
althans, zo wordt het aangegeven op een bord langsheen de weg. We zijn er niet
alleen. Vele spotters hebben postgevat op het keienstrand, maar tevergeefs, de
zeehonden laten zich niet zien. Plots wordt dan toch een koppeltje van deze
elegante zeezoogdieren gespot, doch met het blote oog zijn ze nauwelijks te
zien.
Aan de horizon begint de
hemel open te trekken en geleidelijk aan komen de besneeuwde bergtoppen van de
Westfjorden in zicht. We rijden Vatsnes verder terug in zuidelijke richting en
sluiten aan op de ringweg 1. Na ongeveer 50 kilometer rijden komen we aan in
Brú, IJslands voor ‘brug’, een belangrijk knooppunt waarbij de ringweg en de
wegen die leiden naar de Westfjorden elkaar ontmoeten. We gooien de dieseltank
nog eens goed vol, voorzien onze eigen inwendige mens ook nog van allerlei
lekkers en een uurtje later beginnen we aan onze 250 kilometer lange rit naar onze
eindbestemming van vandaag: Djupavik, een onooglijk gehuchtje aan de oostkust
van de schiereiland van de Westfjorden. Het weer is ondertussen volledig
opgeklaard en we rijden onder een staalblauwe hemel in noordelijke richting.
Onderweg houden we nog even halt in Hólmavik, de laatste grote ‘stad’, waar we nog wat boodschappen doen en dan begint het echte werk. We rijden langsheen de Strandavegur, een kustweg die zich langsheen steile berghellingen, kleine fjorden en de woeste rotskusten van de Noordelijke IJszee naar het noorden slingert.
Na ongeveer 100
kilometer slingerende gravelweg te hebben verwerkt, doemt in een diep
ingesneden fjord de verlaten en vervallen haringfabriek van Djupavik op, samen
met een handvol huisjes en een hotel, waar we vannacht zullen slapen. De
omringende bergen en de krachtige waterval die ter hoogte van het gehuchtje
naar beneden klettert geven het geheel een melodramatische aanblik.
We trekken in in
Alfasteinn, één van de gerestaureerde cottages en genieten van een welverdiend
aperitief, vooraleer we een lekkere visschotel in het gemoedelijke hotel
Djupavik gaan verorberen. Algauw trekken we ons terug in de cottage en genieten
van een welverdiende nachtrust, dromend van een weg vol bochten langsheen
steile kusthellingen en bergflanken. Slaapwel.
Sven, Lies, Annie en
Catharina.
IJSLAND 2013 - dag 4: op weg naar onbekend terrein
In 2011 was Akureyri het meest noordelijke punt van onze route geweest. Op onze eerste dagtrip van 2013 overstegen we dit punt al een klein stukje, maar vanaf vandaag gingen we verder en keerden niet meer op onze stappen terug. Vanuit Reykjalhið reden we langs de zuidelijke oever van het Myvatn of Muggenmeer terug naar IJslands tweede grootste stad en gingen daarna via een bezoek aan de turfhuisjes van Glaumbaer verder richting het schiereiland Vatsnes. Eindbestemming van de dag was Ósar, een goeie 280km verderop en vooral populair voor zijn immer nieuwsgierige zeehondenkolonie aan de overkant van de rivier.
Rond het middaguur drong het tot ons door dat het zondag was en dat we door de superdag gisteren helemaal vergeten waren om mondvoorraad voor de middaglunch in te slaan. Gelukkig biedt een N1-benzinestation in dat geval steeds een fast food noodoplossing. We pauzeerden in Sauðarkrokur en troostten onszelf na een burger met frieten met een ijsje - we zijn tenslotte toch in IJSland? IJsjes zijn in IJsland bovendien net iets anders dan bij ons: om te beginnen is het steeds soft ice. Het gedraaide hoorntje wordt vervolgens ondersteboven in de warme chocolade gedopt, die door het contact met het koude ijs onmiddellijk stolt. Heel belangrijk hierbij is het ijsje diep genoeg in de saus te duwen, zodat de chocolade mooi tegen het hoorntje plakt. Onze brave jobstudent deed zijn best, maar faalde helaas...Resultaat: een onderaan 'niet-gesloten' uitlopend ijsje en vier druppende, smossende, prutsende, plakkende Belgen op het trottoir van de zaak.
We vervolgden de kustlijn via de Vatnsnesvegur (Vatnsnesweg). Sven, Catharina en Annie gingen onderweg even wandelen langs de kliffen en rond een uur of zes bereikten we hobbelend over de gravel ons doel. Na het avondeten stond een obligate groet aan de zeehonden op het programma, maar echt dichtbij wouden de fotogenieke curieuze losbollen toch niet komen. In onze dromen die erop volgden, deden ze de wildste dingen...
Rond het middaguur drong het tot ons door dat het zondag was en dat we door de superdag gisteren helemaal vergeten waren om mondvoorraad voor de middaglunch in te slaan. Gelukkig biedt een N1-benzinestation in dat geval steeds een fast food noodoplossing. We pauzeerden in Sauðarkrokur en troostten onszelf na een burger met frieten met een ijsje - we zijn tenslotte toch in IJSland? IJsjes zijn in IJsland bovendien net iets anders dan bij ons: om te beginnen is het steeds soft ice. Het gedraaide hoorntje wordt vervolgens ondersteboven in de warme chocolade gedopt, die door het contact met het koude ijs onmiddellijk stolt. Heel belangrijk hierbij is het ijsje diep genoeg in de saus te duwen, zodat de chocolade mooi tegen het hoorntje plakt. Onze brave jobstudent deed zijn best, maar faalde helaas...Resultaat: een onderaan 'niet-gesloten' uitlopend ijsje en vier druppende, smossende, prutsende, plakkende Belgen op het trottoir van de zaak.
We vervolgden de kustlijn via de Vatnsnesvegur (Vatnsnesweg). Sven, Catharina en Annie gingen onderweg even wandelen langs de kliffen en rond een uur of zes bereikten we hobbelend over de gravel ons doel. Na het avondeten stond een obligate groet aan de zeehonden op het programma, maar echt dichtbij wouden de fotogenieke curieuze losbollen toch niet komen. In onze dromen die erop volgden, deden ze de wildste dingen...
donderdag 20 juni 2013
IJSLAND 2013 - dag 3: expeditie Askja
Early rising. Om 7u20 kwam Sæmundur van Geo Travel
ons ophalen voor onze dagtrip naar de knoop! We doorkruisten de
Misdadigersvlakte, reden een paar keer door de Jökulsá a fjöllum, omzeilden de
koningin van IJsland en klommen gestaag voorbij de sneeuwgrens... Even
verduidelijken?
Het hart van het land is desolaat, onbewoond en ruw:
schijnbaar eindeloze lavavelden worden hier en daar doorkruist door
gletsjerrivieren en ingesloten door besneeuwde bergtoppen. Met grijs als
hoofdkleur, potentieel veel wind, amper een grasspriet en gesteente in alle
formaten, heeft het iets weg van een maanlandschap en de NASA gebruikte het
gebied dan ook als trainingsoord voor de Apollo-vluchten. Aangezien ook schapen
het er amper uithouden, vonden de Oude IJslanders het gebied dan weer uitermate
geschikt voor verbanning. Slaagde je erin om 20 jaar in de onherbergzaamheid te
overleven, dan waren ze wel bereid gratie verlenen...aldus de overlevering :-)
Ódádahraun of de 'woestijn van misdadigers' dus.
We waren de eerste expeditie van het seizoen en
niemand wist precies wat de toestand van de route was. Sæmi had met Penni
afgesproken, zodat we steeds met twee superjeeps samen konden blijven - iets
dat nog handig zou blijken toen we ons op terugweg vastreden in de smeltende
sneeuw. De weg naar Askja was nog afgesloten, wat betekent dat ook de 'gewone'
4x4's er niet door kunnen. Na een paar uur doemde de 1.682m hoge Herdubreid of
'breedgeschouderde' verhuld in de wolken voor ons op. De berg wordt ook wel de
'koningin van IJsland' genoemd en speelt voor de locals een belangrijke rol.
De route begon meer en meer putten en brokken te
vertonen en de over te steken sneeuwvelden werden steeds groter. De zon brak
door de wolken en hoe hoger we klommen, hoe warmer het schijnbaar werd. We
picknickten aan de hut van Drekagil. We waren nog een goeie 8km en
niveauverschil van 500m van de Askja verwijderd. Eens boven, zagen we de
immense kraterwand met een diameter van 8km en een uitgestrekte, over te steken
sneeuwvlakte. De slee werd van het dak van de jeep gehaald en het echte
avontuur kon beginnen! Ongeveer 2,5km verderop lag het -tot onze verbazing nog
volledig bevroren - Öskuvatn-kratermeer en de dampende Viti-krater. Hier verdwenen
in 1907 twee Duitse geologen en tot op vandaag is niet geweten hoe en waarom.
Spannend.
Spannend? Als je met Lies onderweg bent, zelfs in een
onmetelijke witte vlakte, weet je dat het er spannend aan toe gaat! Nee, wij
zijn nog niet in de Himalaya, maar hier staan er plots drie sherpa's klaar om
onze queen of Askja ter bestemming te brengen. Op haar royale slede, deze keer
niet met huskies, wordt our lady of Vinderhoute getrokken door Sæmi, met koord
rond middel, en door sherpa Penni en sherpa Sven afwisselend verder geduwd.
Deze laatste doet het eigenlijk te goed, want de koord hangt te slap... Was het
maar alleen trekken? Onder de brandende zon stappen wij met zijn tienen verder,
zakken wij diep , soms tot kniehoogte in de sneeuw weg. Afzien, zweten, vallen,
opstaan, nauwelijks tijd om rondom jou te kijken! Wat een manier om het
binnenland van IJsland te ontdekken...Mama Annie kan het ritme vam sherpa Sæmi
niet aanhouden. Maar mama Fatima geeft niet op, en bereikt de kraters! De
verwondering, de schoonheid, het grootse, het pure overvalt ons. Stilzwijgend
proberen wij dit in ons op te nemen. En wat het zo bijzonder maakt is dat Lies
door onze sherpa's zelfs tot aan de rand van het kratermeer wordt gedragen, en
hé Lies, niet alleen een unieke en bijzondere ervaring, maar voor ons allen!
Diep intens gelukkig, en ook al moe in de kuiten
beginnen wij aan de afdaling van 3.125m tot op 2.800m tot wij aan de super 4x4
terugstrompelen. En nu denken wij met zijn vieren dat het allemaal achter de
rug is. De way back met Sæmi in zijn testeron 4x4 blijkt niet van een
sneeuwdakje te lopen. Al vlug geraken wij gestremd door de zachte en kletnatte
sneeuw, die gesmolten is in de diepe sporen tijdens deze dag, die wij nog in de
vroege morgen hadden getrokken. En ja, wij waren 'stuck in the middle of the
snow', en sherpa Penni moest ons met zijn monstervehikel uit de diepe
Askjasporen trekken. We geraakten 'safe and sound' terug terplekke na
ongeveer 14 uren avontuur. Moeten wij nog verder vertellen....?
IJSLAND 2013 - dag 2: een zonnige zomerdag in het noorden
We zijn de nacht goed
doorgekomen in ons 4-persoonskamertje in de jeugdherberg van Akureyri. We
werden moeizaam wakker achter de gesloten gordijnen, maar daarachter deed de
zon haar best om ons toch tot leven te wekken. Sven deed de rolgordijnen naar
boven en keek tegen een helblauwe wolkenloze lucht aan. Annie en Lies waren
direct enthousiast en veerden rechtop, maar Catharina bleef achter haar
blinddoek en met de oordoppen in lustig verder slapen. Na een tijdje veerde ze
toch rechtop en dacht ze een gat in de dag te hebben geslapen, terwijl wij zogezegd
geduldig zaten te wachten tot ze zou wakker worden. Alsof wij de goedheid
zouden hebben om zolang te wachten.
Sven ging gauw op zoek
naar broodjes en ingrediënten voor een copieus ontbijt en vond die gelukkig
niet ver van de jeugdherberg. Vers gebakken brood, lekkere koffiekoeken en fruitsap
werden naar de keuken van de jeugdherberg meegebracht en niet veel later konden
we ons tegoed doen aan allerlei lekkers.
Nadat we onze chaos in
de kamer hadden geordend en alles mooi in de auto hebben geladen konden we
eindelijk vertrekken. We waren nog niet volledig op weg of maakten reeds
rechtsomkeer naar het centrum van Akureyri, omdat Catharina zich gelukkig op
tijd herinnerde dat zij nog een kaart voor haar fototoestel nodig had. Van het
een kwam het ander en voor we het wisten werden ook reeds andere winkels aangedaan.
Enfin, om een lang verhaal kort te maken, na goed een klein uurtje reden we
weer het centrum van Akureyri uit in de richting van het noorden.
We keken uit over de
Eyjafjord en de tegenover liggende nog steeds overvloedig besneeuwde bergtoppen,
die schril afstaken tegen de felblauwe hemel en het diepblauwe water. We
stopten eerst in Dalvík, een klein havenstadje op de westelijke oever van de
Eyjafjord, waar we een wandeling maakten door de haven. Hier vertrekt de boot
naar Grimsey, een eilandje dat op ongeveer 40 kilometer vóór het IJslandse
‘vasteland’ pal op de poolcirkel ligt. Hoewel de zee heel kalm leek en er
waarschijnlijk geen gevaar was om zeeziek te worden kozen we er toch voor om
veilig aan wal te blijven.
Onze reis werd verder
vervolgd in de richting van Olafsfjordur. We kwamen steeds dichter bij de open
zee en het omringende landschap werd alsmaar imposanter. Voordat we een tunnel
indoken besloten we halt te houden en te picknicken op een prachtig gelegen halteplaats,
met zicht op de Noordelijke IJszee. Als je heel goed keek kon je zelfs het
eilandje Grimsey zien liggen, ruim drie uur varen vanaf de kust. De
picknicktafel en de kampeerzeteltjes werden uit de dakkoffer gehaald en we
genoten ten volle van de zon , het uitzicht en het lekkere eten.
Nadat we onze inwendige
mens hadden versterkt ruimden we op en reden eerst door een 3 kilometer lange
tunnel naar Olafsfjordur, een ingeslapen havenstadje dat we links lieten
liggen. In plaats daarvan reden we verder naar Siglufjordur, een vissersplaats
die vroeger vooral belangrijk was voor de haringvisserij in IJsland. Vroeger
was deze plaats enkel te bereiken via een moeilijk toegankelijke bergpas, maar
sinds 2010 verbinden twee tunnels van telkens bijna 5 kilometer lang het door
hoge bergen ingesloten havenstadje van nauwelijks enkele honderden inwoners met
het achterland.
In Siglufjordur
bezochten we het befaamde haringmuseum, dat gehuisvest is in prachtig
gerestaureerde industriële pakhuizen uit de gloriedagen van de haringvisserij.
Je kon er in een mooi opgezette tentoonstelling het harde leven van de
haringvissers voor de geest halen. Helaas, de haring trok weg uit de IJslandse
wateren en de haringvisserij ging teloor. Vandaag is Siglufjordur niet meer dan
een klein havenstadje in het noorden van IJsland en probeert te leven van wat
toerisme en kleinschalige visserij.
In de vooravond trokken
we terug in de richting van Akureyri en reden we verder naar het 100 kilometer
oostelijker gelegen Myvatnmeer. Rond 19 uur kwamen we aan in Reykjahlid, de hoofdplaats
van de regio, maar eigenlijk niet meer dan een samenraapsel van een hotel, een
restaurant, een supermarkt annex benzinestation en wat samengetroepte huizen.
Na het avondeten maakten
we in de omgeving nog een kleine avondwandeling in Dimmuborgir, een gebied met
prachtig gevormde lavaformaties, maar we gingen dan snel naar ons hotel toe om
onder de lakens te kruipen.
Morgen zullen wij immers
vanaf Myvatn een georganiseerde tocht met een superjeep naar de Askjakrater in
het binnenland maken. Om 7.20 uur worden we reeds opgehaald door Saemi, een
doorgewinterde IJslander die onze gids en chauffeur zal zijn. Lies zal jullie
hierover morgen uitgebreid verslag doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)