dinsdag 2 oktober 2012

IJSLAND 2012 - dag 10: Vikingen en de reis naar de poort van de hel

De laatste volledige dag op vulkanische bodem … tijd om de hoofdstad te verlaten en nog een klein stukje IJslands binnenland te verkennen. Meme en grootva hadden twee dagen gerust en waren weer paraat, dus zetten we rond het middaguur terug collectief koers richting lavavelden en gravel!

De eerste halte werd de Viking village in Hafnarfjördur (een goeie 10km buiten Reykjavik), waar we met een serieus champignonbord soep de innerlijke mens versterkten. De stad zou in Vikingtijden één van de belangrijkste havens moeten geweest zijn, maar zou ook de hoofdstad van de ‘hidden people’ zijn. Er bestaat zelfs een heus stadsplan dat alle elfenheuvels en belangrijke trollen- en gnomenplaatsen markeert voor diegenen die ze niet zien… We behoorden tot deze laatste categorie, maar toegegeven, we deden ook geen poging.
Het hart van schiereiland Reykjanes hadden we vorig jaar nog niet doorkruist. Het landschap werd kort na het verlaten van de stad opnieuw ruiger en de hellingen steiler. Terug eventjes weg van de beschaving! We reden eerst langsheen kilometerslange lavavelden bedekt met centimeters dik mos. Van tussen de bochten door doemde het Kleifarvatn-meer op,  gelegen in het zuiden van het schiereiland, pal op de splijtzone van de Midden-Atlantische rug. Er zou volgens de legende een neefje of nichtje van Nessie moeten in huizen, maar we maakten geen kennis. Wat vooral opviel, waren de pikzwarte oevers: geen zand aan de rand, maar zuiver lavagruis. Iets verder werd de vulkanische bodemactiviteit nog visueler, toen de rookpluimen van het solfatarenveld Krýsuvik-Seltún in zicht kwamen.
Een beetje geologie: een solfatare is een bijzondere fumarole of heetwaterbron, een opening in de aardkorst waar dampen of gassen uit komen. Bij solfataren zijn deze dampen of gassen sterk zwavelhoudend. Deze zwavel kan zich aan de rand van de solfatare afzetten in de vorm van een gele verkleuring. Dit is hier op sommige plaatsen zeer duidelijk zichtbaar en om vooral geen details te besparen, het ruikt er naar rotte eieren! Samen met de kolkende kokende grijze modder, een luchttemperatuur van een goeie 5°C en een beetje wind waardoor de mist nog wat meer opwaait, schijnt het houten paadje waardoor af en toe een rookpluimpje opstijgt recht naar de ingang van de hel te leiden. Het blijft een indrukwekkende ervaring om in geothermische gebieden rond te wandelen!

De bergen lieten we achter ons en de zee kwam terug in zicht. Via Grindavik en de elektriciteitscentrale in Svartsengi (verantwoordelijk voor de Blue Lagoon) reden we naar Njarðvík, waar ik absoluut het Vikingaheimar nog wou bezoeken, een Vikingmuseum dat pas in 2009 de deuren opende. Het strakke designgebouw huisvest de Islandigur, een in 1996 gebouwde exacte kopie van een Noors Vikingschip waarmee de ontdekkingsreizen naar Groenland en het Amerikaans continent werden overgedaan in de periode rond de eeuwwisseling. IJsland speelde hierin immers een historische rol: Leiff Eiriksson en Bjarni Herjölfsson ontdekten Amerika lang voor Columbus! De man aan de museumbalie leek recht uit die periode af te stammen en pastte helemaal in zijn omgeving. De tijdelijke tentoonstelling in het Vikingaheimar focuste op de oud-Noorse (en dus IJslandse) mythologie aan de hand van kleurrijke cartoonachtige figuren en audioguide met muziek en vertellingen. De expo was samengesteld door ’s lands belangrijkste hedendaagse kunstenaars.


Tegen sluitingstijd zakten we terug af naar Keflavik, stad waar de tiendaagse begon en waar we in een B&B op nauwelijks 5 minuten rijden van de internationale luchthaven onze laatste, eerder korte IJslandse nacht doorbrachten in vooral heel hoog uitgevallen bedden. Vanaf morgen slaapt Sven weer alleen!
Groeten van Jacqueline, Jan, Annie, Sven en verslaggever Lies

maandag 1 oktober 2012

IJSLAND 2012 - dag 9: Een dagje cultuur in Reykjavik

Vandaag was iedereen voldoende uitgerust om opnieuw een stapje te zetten in de straten van Reykjavík. ’s Ochtends deden we nog wat window- en echte shopping in de Laugavegur, de belangrijkste winkelstraat van Reykjavik.

Daarna gingen we naar het Harpa, het fonkelnieuwe aan de haven gelegen concertgebouw en congrescentrum dat in 2011 de skyline van Reykjavík vervoegde. Het schitterende gebouw is een ontwerp van het architectenbureau Henning Larsen Architects, die samenwerkte met de Deens-IJslandse kunstenaar Olufur Eliasson . De roostervormen in de glazen gevels van het gebouw zijn geïnspireerd op de zeshoekige vorm van basaltzuilen, een gesteente dat in IJsland veelvuldig voorkomt.

Het leek er even op dat door de financiële kredietcrisis die IJsland dubbel hard getroffen heeft de bouw van het complex op een totaal fiasco zou uitdraaien. Uiteindelijk zijn de IJslandse Staat en de Stad Reykjavík financieel bijgesprongen om het gebouw toch nog afgewerkt te krijgen. En het resultaat mag er zijn. Het Harpa is 33 meter hoog en de glazen gevels met basaltstructuren worden ’s avonds en ’s nachts verlicht in de verschillende kleuren van de regenboog. Ook overdag en bij zonnig weer brengt de gevel een prachtig lichtspel tot leven, ook al omdat sommige glazen gekleurd zijn.

In de foyer van het concertgebouw kon je een kleinigheid eten. Achter het glas was het met het zonnige weer heel warm, wat sommigen onder ons de opmerking ontlokte dat IJsland bij wijlen toch ook wel een tropisch land is. Terug buiten gekomen echter werden we evenwel weer met de neus op de feiten geduwd en de koude schrale wind bij een nochtans uitbundig schijnend herfstzonnetje deed ons opnieuw beseffen dat we wel op 64 graden noorderbreedte liepen, nu niet bepaald een plek op onze aardbol waar we tropische temperaturen mogen verwachten (gelukkig maar).

Meme en grootva werden moe en besloten terug naar hun knusse appartement te gaan. Wijzelf verkenden nog wat straten en de haven van Reykjavík en voor we het beseften was de tijd weer aangebroken om naar een avondeten uit te kijken. We gingen nu voor Solón, een schitterend gelegen restaurantje aan de Bankastraeti op nauwelijks 100 meter van ons appartement.

Voor we het wisten was het alweer bedtijd en voldaan sliepen we nog een laatste keer in deze kleine, doch levendige hoofdstad.

Slaapwel en tot morgen
Lies, Annie, Jacqueline, Jan en Sven (verslaggever)

zaterdag 29 september 2012

IJSLAND 2012 - dag 8: Comparatieve studie in downtown Reykjavik

Toen de Vikingvrouwen vorig jaar op de eerste dagen van hun reis solo door de hoofdstad zwierven, maakten Antwerpenaars hen wijs dat er buiten Reykjavik nog amper behoorlijke winkels voorhanden waren. Als er iets moest gekocht worden, moest het dan gebeuren. De gevolgen waren navenant toen Sven de dames na drie dagen vervoegde. Dit jaar beloofden we mekaar plechtig het niet al te bont te maken. En ja, we slaagden daar eigenlijk wel in.

Meme en grootva waren moe, om niet te zeggen pompaf van de voorbije dagen en besloten forfait te geven. Ook Sven, mama Annie en ikzelf luierden 's morgens wat rond in ons hip appartement pal in het centrum, maar besloten rond het middaguur toch de straten in te trekken. Een opsomming van wat volgde zou ons veel te ver leiden, maar samenvattend kunnen we stellen dat Viking Sveinson zich nu echt wel tot IJslander begint te bekeren en als eerste met een gloednieuw inheems kledingstuk buitenkwam. Een groentje dan nog wel, om assorti te zijn met zijn vehikel!

 

Aan vis, schaal- en schelpdieren geen gebrek in een land met zoveel zee, dus werd ons soepje van 's middags 's avonds ruimschoots gecompenseerd. We gingen lekker en stijlvol tafelen in Restaurant Humarhusid en genoten onder onze knalrode lakens nog na van het smakenpallet.

Bless!
Annie, Sven, Jacqueline, Jan en verslaggever Lies


IJSLAND 2012 - dag 7: Snorri opnieuw uitgedaagd

Vandaag was er één jarig van ons gezelschap. Jawel, ondergetekende mocht op deze 26-ste september 45 kaarsjes uitblazen. Tijdens het ontbijt werd ik op gepaste wijze verrast door de rest van de bende. Het weer deed ook een duit in het zakje en vormde buiten een prachtige regenboog in de fjord van Grundarfjördur.


Na het feestelijk ontbijt laadden we onze twee bolides en trokken in de richting van Borgarnes, de stad die de poort vormde naar het schiereiland van Snaefellsnes. Onderweg stopten we bij de basaltmuur van Gerduberg, een indrukwekkende hoge muur van basaltzuilen, die wel honderden meters in het landschap doorliepen. Vorig jaar hielden we op deze plaats nog een gezapige picknick in volle zon, maar nu was het te nat en te winderig om hier lang te blijven.

We reden verder terug naar Borgarnes, waar we rond de middag aankwamen. De honger begon alweer te knagen en we hielden halt in het restaurant van ‘The Settlement Centre’, een permanente tentoonstelling over de kolonisatie van IJsland, dat onderdag vindt in een prachtig gerestaureerd voormalig pakhuis.

Na middag trokken we de vallei van Reykholt in, waar de rivier de Hvitá stroomt. Oplettende lezers zullen opmerken dat we al eens aan de rand van de Hvitá hebben gestaan toen we de Gulfoss, één van de mooiste watervallen in IJsland, hebben bezocht, maar dit is een andere rivier. Blijkbaar hadden de IJslanders niet veel inspiratie bij het benamen van hun rivieren. Ook bij plaatsnamen zien we hier dikwijls dezelfde namen verschijnen.

In en aan de rivier liggen twee prachtige watervallen, die met hun gletsjerblauw water een prachtig contrast vormen met de herfstige kleurenpracht, die hier in het binnenland stilaan de overhand krijgt. Het gaat enerzijds om de Hraunfossar, eigenlijk een reeks kleinere watervallen, die vanonder de lavalagen van het lavaveld Hallmundarhraun de Hvitá instromen. Anderzijds wurmt de rivier zich door een nauwe doorgang in de rotslagen en vormt daar de Barnafoss (vrij vertaald ‘kinderwaterval’. Aan deze waterval is een legende verbonden. Er is immers boven de waterval een natuurlijke stenen brug, die werd gebruikt door de mensen uit de omgeving toen ze naar de kerk gingen. De legende wil dat er op een bepaald moment twee kinderen van de brug zijn afgevallen en verdronken. De moeder zou daarop uit wraak de brug hebben vernietigd. Niettemin is er nog steeds een natuurlijke overspanning aanwezig.

Het begon weer wat te regenen en we keerden terug in de richting van Borgarnes, evenwel niet zonder te stoppen op de plek waar vorig jaar onze skibox roemloos aan zijn einde kwam (zie verslagen van vorig jaar op deze blogspot). Na een ingetogen moment trokken we verder en hielden halt in Reykholt, waar we opnieuw de kerk van Snorri Sturluson, IJslandse bekendste sagaschrijver, bezochten. Vorig jaar namen we hier nog een compilatie op van bekende liedjes met Lies en Annie aan het orgel en de befaamde Catharina als operazangeres. Nu hadden we een nieuwe bezetting, met Jacqueline en Lies aan het orgel en Jan als bariton die een Gentse schlager ten gehore bracht. Nieuwsgierig is naar het resultaat van deze opname?
 
 

Nadat we uitgezongen waren reden we recht naar Reykjavík, via de 6 kilometer lange tunnel onder de Hvalfjordur (de Walvisbaai). We betrokken twee studio’s pal in het centrum van deze noordelijkste hoofdstad ter wereld, aan de –o ironie- Skolastraeti, de Schoolstraat. Ons moderne optrekje met badkamer in keienbed en –muren is slechts twee stappen verwijderd van de Laugavegur, de belangrijkste winkelstraat van Reykjavík. Dat belooft morgen een dure dag te worden voor de shoppers onder ons gezelschap.

We sloten uiteindelijk de dag feestelijk af met een rijkelijk visbuffet en kropen moe maar voldaan in ons bed.

Slaapwel en tot morgen
Lies, Annie, Jacqueline, Jan en verslaggever Sven

vrijdag 28 september 2012

IJSLAND 2012 - dag 6: Op reis naar het middelpunt van de aarde

Vandaag planden we een rondrit op het schiereiland Snaefellsnes, centraal gelegen in het westen van IJsland tussen het zuidelijker gelegen schiereiland Reykjanes en de noordelijker gelegen Westfjorden, respectievelijk gescheiden door de Faxaflóibaai en de Breidafjördúrbaai.

We sliepen vandaag wat langer en het ontbijt werd gezapig genomen zodat we pas rond 11 uur in de bolide van Annie onze rit naar het westen begonnen. Bij het opstaan hadden wat veelbelovende blauwe gaten in de grijze lucht ons een mooie dag beloofd, maar blijkbaar waren ze hierboven van dat goede voornemen afgestapt en hielden ze het maar weer bij een egaal grijze lucht waaruit gelukkig geen regen viel.

Nadat we de vissershaven Ólafsvik waren gepasseerd kwamen we in de omgeving van de 1.446 meter hoge Snaefell, die op het uiteinde van het schiereiland ligt en eigenlijk een slapende vulkaan is die bedekt is met een ijskap (de Snaefellsjökull). Slapend is hij sinds het jaar 1219, wanneer de voorlopig laatste uitbarsting plaatsvond. Niettemin verschool hij zich momenteel in laaghangende wolken, waardoor we enkel maar een glimp van zijn machtige, mooi groen-, geel- en grijsgekleurde flanken opvingen.

In Hellissandur was er een visserijmuseum, maar zoals zovele musea op het platteland was alles gesloten sinds eind augustus. Niettemin konden we buiten rondlopen tussen de met gras begroeide vissershuisjes. We reden verder onder de radiozendmast door, met zijn 412 meter hoogte een van de hoogste constructies in West-Europa, en brachten vervolgens een bezoek aan het strand van Skardsvik, waar ooit een vikinggraf werd blootgelegd.

Hierna rondden we het uiteinde van Snaefellsnes en doorheen de lavavelden kwamen uit aan de zuidkant van de vulkaanberg. We hadden een mooi uitzicht op de grillige basaltkliffen van Arnarstapi, waar de zon probeerde door de wolken te breken. We profiteerden van de situatie om onze picknick bestaande uit ‘pechen-met tonijn’ (jaja, bij het lezen van deze passage zullen enkelen het water in de mond krijgen) op te eten. Het weer begon zowaar mee te werken en de zon kwam af en toe tevoorschijn, maar globaal genomen was het toch een beetje te koud om lang stil te zitten.

Enkele kilometers verder passeerden we dan toch een klein kaffíhús dat zijn deuren open had en we verwarmden ons aan de lekkere koffie en thee die de vriendelijke uitbaatster ons serveerde. Het etablissement was eigenlijk een klein curiosum, waar je tegelijkertijd iets kon drinken, boeken lezen, truien en andere gebreide artikelen kon kopen.

Madame verzamelde ook alles wat met Jules Verne te maken had: zijn boeken in ale mogelijke talen, verfilmde titels op dvd en nog van dat alles. Het zit immers zo: velen zullen zich misschien ongetwijfeld zijn boek ‘Reis naar het middelpunt van de aarde’ herinneren. Daarin bestudeert de Duitse professor Lidenbrock een oude IJslandse runentekst waaruit blijkt dat het mogelijk is om via de krater van de Snaefell naar het middelpunt van de aarde te geraken. Hij daalt met zijn gevolg af in de krater en komt in een wondere wereld terecht van prehistorische dieren, planten en een heuse binnenzee. Uiteindelijk worden zij terug naar de oppervlakte uitgespuwd via de Stromboli, in Italië dus. Wij deden de uitbaatster de Nederlandse titel ‘Reis naar het middelpunt van de aarde’ aan de hand.



Ondertussen was het weer opengetrokken en vervolgden we onze terugweg naar Grundarfjördur. De Snaefell was vanachter de wolken tevoorschijn gekomen en vertoonde zich nu in volle glorie met zijn spierwitte ijskap en zijn twee hoorntjes op de top, twee rotsmassieven die de rand van de ondergesneeuwde krater markeren.

Om 16 uur waren we terug in onze uitvalsbasis, waar we nog snel even in de haven rondliepen en in het voorbijgaan plunderden we nog een winkel met wollen truien. Nadien gingen we in het 40 kilometer verder gelegen havenstadje Stykkishólmur de befaamde mosselen met frieten gaan eten, die dit jaar wat kleiner waren uitgevallen. Niettemin hebben ze ons erg gesmaakt en voldaan reden we in het pikdonker terug naar Grundarfjördur, waar we onder zeil gingen.

Tot morgen
Lies, Annie, Jacqueline, Jan en verslaggever Sven